Gewogen Advies
Advies, Assistentie en Aandacht-
Het blijft maar overstromen…
Geplaatst op June 9th, 2010 Geen reactie
Sinds mijn functie als programmamanager van de Taskforce Management Overstromingen (TMO) ben ik meer dan normaal attent op overstromingen in de wereld. Opvallend hoeveel dat er zijn. Ik heb er geen bewijs voor maar de frequentie lijkt omhoog te gaan. Naast de bijna voorspelbare overstromingen in landen als Bangladesh (een nauwelijks beveiligde delta) treden vooral veel overstromingen op in combinatie met plotselinge zeer heftige regenval.Steeds weer lees je uitlatingen in de pers als ‘plotseling na een heel lange tijd’, ‘de ernstigste sinds 100 jaar’, etc. Nu is het niet mijn vak om vast te stellen of dit incidenten zijn of dat er sprake is van een trend, maar het is wel opvallend dat in de afgelopen twee jaar overstromingen zijn geweest in Engeland, België, Frankrijk, Spanje, Polen, Hongarije, Duitsland, Tsjechië, Slowakije, etc. Bijna allemaal van het eerder aangegeven type: bovenmatige en langdurige regenval gevolgd door aardverschuivingen en overstromingen, als gevolg van het wegspoelen van terreingedeelten, bressen in dijken of riviertjes die buiten hun oevers treden. Steeds sta je weer verbaasd over de vernietigende kracht van het water.
Het zijn doorgaans geen polderlandschappen, waarin deze overstromingen zich voordoen. Evenmin is er sprake van dijkringen, zoals in het Nederlandse landschap. De begrenzing van het water volgt de grenzen van de bodemverheffing. Uiteraard is de vraag in hoeverre hier sprake is van voorspelbaarheid. Als er dijken zijn, wat is dan de beschermingsgraad 1:1200 jaar zoals in Nederland (ongeveer als ondergrens) of veel lager. Hoe worden de waterkeringen in de gaten gehouden, welk onderhoud wordt er uitgevoerd? Allemaal vragen, die zeker van belang zijn om de kans op een overstroming te verminderen, maar hoe nu te reageren op dit soort (dreigende) overstromingen.
Uiteraard past ook in deze situaties een analyse van een groot aantal ‘What if” situaties. Als we aannemen dat een dijk mogelijk bezwijkt, waar is dan de kans het grootst? Wat is het te verwachten effect? Welke terreinen stromen over? Hoe ver komt het water? Hoe diep wordt het? In hoeveel tijd wordt de uiterste grens bereikt. Deze effecten moeten zichtbaar worden gemaakt in het TMO-project aangeduid als ‘Zonering’ (Wat wordt nat en wat blijft droog). Op basis van deze uitkomsten is het mogelijk een gevolg analyse te maken. Hoeveel mensen wonen er en onder welke condities? Hoeveel hiervan hebben direct hulp nodig (niet-zelfredzamen in een thuissituatie of in ziekenhuizen en verpleeginrichtingen? Hoe zit het net de bedrijfsgehouden dieren? Wat gebeurt er als de stroom uitvalt? Etc. De antwoorden op deze vragen maken het ook duidelijk wat de omvang en de inspanning is, die nodig is voor een evacuatie van die gebieden, waarin gegeven het te verwachten watereffect niet kan worden verbleven. Hierbij is de relatie tussen waarschuwingstijd en de reactietijd en de beschikbaarheid van de hiervoor nodige middelen bepalend voor de mate van uitvoering.
Mijn inschatting is dat naast de noodzakelijke inspanning op preventie en het analyseren van de mogelijke effecten en voorbereiden van plannen en beschikbaar maken van middelen, vooral rekening moet worden gehouden met repressie. Naast voorbereidingen die binnen enkele uren moeten worden getroffen en waarbij de bewoners en vrijwilligers een hoofdrol hebben, moet vooral rekening worden gehouden met een vorm van verticale evacuatie. Dus in huizen en opstallen boven het wateroppervlak verblijven en je gedurende enige tijd zelf kunnen redden. Dan worden de lessen van Urban Survival weer echt relevant. Het geruststellende is, dat de effecten van dit type overstromingen minder lang aanhouden dan bijvoorbeeld in het Nederlandse polderland.
Bijzondere aandacht blijft nodig voor extreme omstandigheden, zoals de combinaties van zeer krachtige storm, springvloed en duisternis. Als al die zaken samenkomen, kan iets gebeuren als eind februari bij de Xynthia-storm in Frankijk (Vendee, Charente-Maritime), waarbij door het optredende extreme weersgeweld gevolgd door overstromingen zo’n 50 dodelijke slachtoffers waren te betreuren. Ook hier weer is het belang aangetoond van het vooraf rekening houden met Worst Credible Flood Scenario’s ( Ergst denkbare overstromingsscenario’s). Uiteraard gelden deze ook voor andere gebieden. Als hier van niet wordt uitgegaan, dan dreigt een uitsluitend reactief optreden en zijn effectverminderende maatregelen nauwelijks mogelijk. Als gevolg van dit soort scenario’s zijn ook zaken nodig als een tijdige dijkbewaking met voorziene en voorbereide reacties als een dijk dreigt te bezwijken.
Als ik nu naar de beelden in al die landen kijk van overstromingen maken ze op mij de indruk van reageren op het niet verwachte en het vervolgens zo effectief op gang brengen van de hulpverlening. Dus meer een standaard ‘incident driven’-reactie dan vooraf een doordachte ‘threat driven’-reactie. Dit geldt ook in situaties waarbij niet kan worden geëvacueerd, maar vervolgens wel de juiste dingen moeten worden gedaan, die veel menselijk leed en sociale ontwrichting kunnen beperken of voorkomen. -
Urban Survival
Geplaatst op April 29th, 2010 Geen reactie
Op zaterdag 10 april 2010 organiseerde het projectteam zelfredzaamheid van de veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland in samenwerking met Christo Motz (www.fylgjur.nl) een cursusdag Urban Survival. Op het terrein in Crailo bij Bussum, waar vroeger de BB (Bescherming Bevolking), het Korps Mobiele Colonnes (KMC) en nu nog de Brandweer oefenfaciliteiten hebben, vond de cursus plaats. Een leuke mix van theorie en praktijk.De veronderstelling was dat om welke oorzaak dan ook de stroom is zo’n 14 dagen uitvalt, wat doen we dan wel en wat doen we niet? Plotseling komt het besef van de grenzeloze afhankelijkheid van energie met name in onze westerse wereld. Ook spelen de condities waaronder een belangrijke rol. Welk jaargetijde is het? Welke omstandigheden hebben deze stroomuitval veroorzaakt? Het is toch echt anders in het geval van een overstroming of dat een Apache tegen een hoogspanningsmast aanvliegt. Plotseling staan we weer stil bij basis behoeften in ons leven. Veiligheid, water, voeding, sanitaire voorzieningen, gezond in leven blijven, warmte, etc.
We hebben ons verdiept in de consequenties van vervuild water, hoe om te gaan in situaties waar geen sanitaire voorzieningen zijn. Het besef dat maar zo’n 20% van de wereld sanitaire voorzieningen in combinatie met waterspoeling en afvoer in een riool. In een wereld van ‘logistics of plenty’ is het lastig om weer de basis te ontdekken.
Ja dan is het leuk om weer eens na te denken hoe je in je eigen huis kan overleven. Hoe ga je om met de ontdooiende vriezer (wat moet het eerst op en waar kan je later nog wat mee?), hoe zorg je voor een minimum temperatuur, waarin je nog kan overleven? Vuurmaken en er mee omgaan zonder te stikken? Hoe maak je van vervuild water weer drinkbaar water? Welke zaken in en rond huis kunnen je comfort verhogen.
Eyeopeners waren de LifeStraws (www.vestergaard-frandsen.com/lifestraw). Een kunststof buisje van 3 cm breed en 20 cm lang met een ingebouwd filtersysteem , waarmee je rechtstreeks water opzuigt uit ene vervuilde bron en dat direct wordt gezuiverd. Hiermee kan je een jaar lang vooruit met drinkwater (700 liter). Familieversies tot 18.000 liter water per jaar. Het kost maar een paar euro. Helaas vaak nog veel te duur voor de gebieden waar het eigenlijk permanent nodig is. Een andere eyeopener is het peepoo-project. (www.peepoople.com), een plastic zak, waarin een uitvouwbare wc-bril, die de fecaliën opvangt en vervolgens wordt dichtgeknoopt en inbegrepen de zak gebruikt kan worden als bemesting. Ook een paar euro. Als dat alles eens koppelt aan het Shelterbox-project van Rotary (www.shelterbox.org) , waarmee uit voorbereide opslagfaciliteiten in de wereld rechtstreeks pakketten (shleterboxes) kunnen worden ingevlogen, waarin een tentonderkomen zit, enig comfort en minimale voorzieningen voor warmte en komen. Door deze combinaties kan de noodopvang toch heel wat gestructureerder worden aangepakt, als nu veelal blijkt bij bijvoorbeeld recente aardbevingen.
Het moet toch mogelijk zijn om een internationale hulporganisatie te formeren, die grensoverschrijdend kan werken en in directe steun van de nog steeds autonome regering verstandig kan werken. Zo’n ’safe and rescue’-organisatie behoeft niet echt groot te zijn en het imago hebben van het Rode Kruis, maar wel buitengewoon flexibel. Wellicht VN, hoewel het doorpakvermogen van die organisatie uiterst twijfelachtig is. Het moet een soort derde persoon organisatie zijn, die niet al bedreigend wordt ervaren, maar als een verlengstuk van het eigen bestuurlijk vermogen (Hoe gering dan ook).Ze moet het gevoel geven dat de lokale autoriteiten er nog toe doen, maar tegelijkertijd met bevoegdheden de coördinatie op zich kan nemen van alle binnenkomende hulpgoederen en -organisaties. Naast de landelijke coördinatie gaat het vooral om een coördinator per postcodegebied of iets dergelijks met niet meer bevoegdheden, dan wat nodig is voor directe hulp, basis geneeskundige zorg, sanitaire voorzieningen, voedsel en water, etc. met een eigen (satelliet) communicatievoorziening.
Vergelijk Haïti en Chile, voor de eerste een directe noodzaak en voor de tweede een aangename steun.
Het was goed om over al dit soort zaken weer eens praktisch na te denken en vast te stellen dat de grenzen van zelfredzaamheid veel verder liggen dan men denkt, maar we moeten er wel attent op worden gemaakt. Zo bleek ons die dag dat bijvoorbeeld in Zweden buitengewoon gestructureerd wordt aangepakt. De BB niet opgeheven maar gemoderniseerd en toegespitst om de dreigingen van alle dag.
-
Netcentrisch werken
Geplaatst op December 11th, 2009 Geen reactie
Op 10 november 2009 bezocht ik het jaarlijks door BZK georganiseerde veiligheidscongres (’Werk in uitvoering’). Van de plenaire lezingen beviel mij die van Kenn Livingstone, de eerste rechtstreeks gekozen (oud) burgemeester van Londen, het beste. Interessant om te horen, dat de Engelsen veel nadrukkelijker een scheiding aanbrengen tussen beleid en (operationele) uitvoering. Het is mijn indruk dat in Nederland de bevelhebbersrol van de burgemeester de operationele uitvoering nog al eens in de weg zit. De burgemeester is in Nederland namelijk en bevelhebber en de bestuurlijk eindverantwoordelijke. Dat vereist beslissingen nemen op basis van de door de operationele commandanten aangedragen alternatieven en je zo min mogelijk bemoeien met de uitvoering van het operationele proces.Cruciaal voor een snelle en adequate besluitvorming is een goede informatievoorziening. Vandaar dat ik de workshop Netcentrisch werken heb opgezocht. Het was echter wel teleurstellend om nu voor ongeveer het 4e jaar dezelfde informatie te krijgen. Kennelijk wordt er maar uiterst traag voortgang geboekt. Nu is de essentie van netcentrisch werken het informatie gestuurd werken bij grootschalig optreden. De informatie wordt onderling gedeeld, zodat iedereen hetzelfde beeld van een crisis heeft (ook wel situational awareness genoemd).
Op basis van die kennis kunnen mensen zelfstandig de hun toegewezen taken uitvoeren. Zij zijn daardoor niet meer afhankelijk van de hiërarchische lijn in hun organisatie, wat de snelheid van handelen ten goede komt. Uiteraard moet aan een aantal eisen worden voldaan. Het is niet zo maar een systeem wat je koopt. Het gaat primair om een werkwijze. Vooraf gaat het om informatieanalyse, wat hebben we eigenlijk op welk moment nodig? De werkwijze moet je je eigen maken en de ondersteunende systemen kunnen bedienen. Nu zie je nog vaak dat men netcentrisch werken ziet als een soort moderne fax (tekst en plaatjes), die snel zijn informatie met ieder kan delen en vergeet dat de netcentrische werkwijze haar invloed heeft op alle spelers.
Informatiemanagement is essentieel. Welke gegevens of gegevensverzamelingen moeten worden samengebracht om de besluitvorming op de meest effectieve manier samen te brengen met de grootste kans op het beste resultaat. De kunst van beoordelen, selecteren, samenbrengen en aanbieden van informatie in een voor allen toegankelijk medium vereist basiskwaliteiten en opleiding. Gedeelde, accurate, tijdige, relevante en beschikbare informatie, daar gaat het om. Het argument van dit systeem is te ingewikkeld want onze operators konden het niet bedienen moet een zelfverwijt zijn.
Met de grote verscheidenheid aan systemen in de veiligheidswereld moet wel aan de eis worden voldaan dat de gegevens moeten kunnen worden uitgewisseld en dat de systemen bij voorkeur voldoen aan een aantal nader aan te geven open standaarden. Zo ver zijn we zeker nog niet. Een analyse van de huidige systemen wijst uit dat er nu enkele systemen zijn die reeds voldoen, een aantal kunnen daaraan voldoen met een geringe ‘facelift’, een aantal alleen na ingrijpende ‘hartchirurgie’ en een aantal zullen nooit voldoen en moeten worden afgevoerd en vervangen.
Het is dus beslist niet nodig dat allen over de zelfde systemen beschikken, maar wel dat deze compatibel zijn. De sleutel zit dus niet in met nog meer inspanning inzetten op een gemeenschappelijke vraagarticulatie, maar wel op het zo snel mogelijk introduceren van open standaarden en daar de systemen op kopen of aanpassen. Steeds weer zal blijken dat andere dataverzamelingen moeten worden aangeschakeld en ook dat moet dan kunnen.
Wellicht moet deze vraag bij het bedrijfsleven worden neergelegd. Hun belang is immers om nu en in de toekomst de eigen systemen te kunnen verkopen. Als de voorwaarde daarvoor een open standaard is, betrek ze er dan bij. De ontwikkelingen gaan gewoon te snel om dit ambtelijk te kunnen oplossen.
-
FloodEx
Geplaatst op October 29th, 2009 Geen reactie
Op 24 september 2009 heb ik tijdens het afsluitende VIP-programma bij de oefening FLOODEX, namens de voorzitter van de Taskforce Management Overstromingen (TMO), de Lessons Learned van de TMO mogen presenteren. Deze zijn kort samengevat weergegeven in de onderstaande slides. De oefening FLOODEX was een vervolg op de oefening Waterproef (november 2009) met als specifiek onderwerp de internationale hulpverlening bij grootschalige overstromingen. -
Voorbereiding op een grieppandemie
Geplaatst op September 22nd, 2009 Geen reactie
Het omgaan met dilemma’s in de bedrijfsvoering als gevolg van een grieppandemie was op 24 augustus aanleiding voor een training van de Directie van ProRail. In de afgelopen maanden heeft ProRail zich al zorgvuldig voorbereid op de mogelijke gevolgen van een grieppandemie. In diverse draaiboeken zijn maatregelen uitgewerkt om bij een oplopend aantal zieken zo goed mogelijk te kunnen blijven functioneren. De rode draad is: ‘Ook bij een grieppandemie gaat ProRail professioneel door met het spoor’.Diverse dilemma’s, die zich kunnen voordoen bij een grieppandemie (onvoorspelbare uitval van functionarissen en mogelijke reacties van medewerkers) zijn onder begeleiding van A3R2 besproken. De dilemma’s zijn op uiteenlopende momenten geplaatst binnen de normale taakuitvoering van ProRail. Ook werd aandacht besteed aan de daarbij te kiezen communicatiestrategie en in te zetten communicatiemiddelen.
De directie beschouwt de grieppandemie als een serieus probleem dat ook professioneel moet worden opgepakt. De discussie heeft zeker geleid tot een toegenomen inzicht in het consequentieniveau van een grieppandemie. Diverse vervolgacties om de voorbereiding verder te vervolmaken zijn in gang gezet. Een van deze acties is om voor iedereen duidelijk te maken wat het verschil is tussen een griepremmer en een griepvaccin. Immers de inzet hiervan kan tot verschillende reacties leiden bij de medewerkers. Op het moment van inzet mag daarover geen verwarring zijn.
Interessant is, nu het lijkt dat het niet zo’n vaart loopt met de pandemie, dat toch de goede dingen worden gedaan zonder de reactie te overdrijven. Indien de uitval gelijk is aan een normale wintergriep reageer dan ook als zodanig. Een ander belangrijk punt is, dat door de dienst verlenende en facilitaire functie van ProRail er buitengewoon nauwkeurig moet worden afgestemd met zowel de klanten als de eigen serviceverleners en contractpartijen.
Binnen ProRail zelf is een uitgebreid pakket van preventieve maatregelen van kracht. Grappig was om te constateren dat ook binnen ProRail niets menselijks ons vreemd is. De bijna bij iedere kraan in het gebouw aanwezige flesjes desinfectans verdwenen als sneeuw voor de zon. Een hele oude maar zeer efficiënte oplossing werd toegepast door eenvoudig weg de doppen van de flesjes te halen…..
Het was goed om te constateren dat de opgebouwde expertise bij het symposium ‘Zorg bij een grieppandemie en overstromingen’ van 10 oktober 2008 in Utrecht veel praktische toepasbare handreikingen heeft opgeleverd. Nogmaals dank aan de pandemieteams van de ministeries van BZK en VWS. -
Warehouse Management
Geplaatst op August 18th, 2009 Geen reactie
Zo in en rondom de vakantie ontstaat er vaak tijd om wat te reflecteren. Zo heb ik vaak teruggedacht aan mijn afgelopen TMO-tijd. Wat hebben we nu eigenlijk bereikt en wat moet er nu nog. Inmiddels zijn er door bestuurders en deskundigen veel wijze woorden gesproken. Maar het belangrijkste is wat we van het type overstromingsramp hebben geleerd: bestuurlijke grenzen zijn erg betrekkelijk en als we iets willen, dat wel met z’n allen.De wet veiligheidsregio’s is door de kamer en ook de noodzakelijke nationale regie wordt wat versterkt. Ook gaan we beschikken over een landelijke operationele staf (LOS). Allemaal condities om het beter te kunnen.
Toch blijft het gaan om het bijeenbrengen van mensen en middelen op het juiste moment en in de juiste aantallen. Dit is nodig om slagvaardig te kunnen optreden en zo de veiligheid van heel veel mensen te kunnen verzekeren. Al die mensen en middelen hebben verschillende eigenaren en dus is daar een intensieve coördinatie voor nodig. Dit moet wel onder druk en in een heel korte tijd. Dus is het nodig er voorafgaand niet allen over te denken, maar vooral ook de nodige voorbereidingen te treffen.
Dat alles brengt mij weer terug op een al eerder door mij aangegeven concept van warehouse management. Bij de besluitvorming gaat het over de te treffen maatregelen en de beschikbaarheid en de inzetbaarheid van de middelen. Maatregelen zijn nodig om de dreiging van bijvoorbeeld terroristische aanslagen te kunnen onderkennen of deze te verminderen. Maar ook maatregelen om de kans op rampen te verminderen of het effect daarvan te verkleinen.
De middelen zijn zeer verschillend en behoren vaak tot verschillende instanties (politie, brandweer, geneeskundige hulpdiensten, gemeentelijke diensten, defensie, media, etc.). Toch streven we naar de meest effectieve mix, die binnen de kortste tijd klaar staat. Hierbij is het van belang om deze middelen te sorteren naar beheersverantwoordelijkheid en naar de verantwoordelijkheid voor operationele inzet (inzetbeslissing). Voor een eindverantwoordelijke bij de bestrijding van de gevolgen van een terroristische actie of een ramp of crisis is de beschikkingsmacht over deze middelen essentieel.
Een model, waarmee oplossingen kunnen worden gecreëerd om de hierboven geschetste problematiek op te lossen is het zgn. warehouse-concept. In een virtueel warehouse (pakhuis) zijn alle middelen samengebracht, die in welke combinatie dan ook kunnen worden ingezet. De middelen zijn goed geordend, de opslag is inzichtelijk, de labels geven aan wat er daadwerkelijk aanwezig is en de voorraadadministratie klopt.
Waar het op aan komt is bekwaam warehouse-management. Immers van alles moet voldoende zijn en bovendien moeten alle middelen voldoen aan de door de warehouse-manager te stellen eisen van beschikbaarheid en inzetbaarheid. Deze eisen zijn overeengekomen met de ‘leveranciers’. De warehouse-manager moet op het naleven van deze eisen toezien.
De warehouse-manager behoort daarom ook goed op de hoogte te zijn van in andere warehouses aanwezige middelen, waarover hij het beheer niet voert, maar die, onder bepaalde voorwaarden, wel ter beschikking kunnen komen om in combinatie met de eigen middelen in te zetten (bijvoorbeeld: internationale hulpverlening). Dit houdt wel in dat de combinatiemogelijkheden vooraf moeten zijn beproefd.
De warehouse-manager bemoeit zich absoluut niet met de productie, de totstandkoming, de beschikbaarstelling of de gereedstelling van de middelen. Voor hem telt dat het er allemaal is en dat het aan de overeengekomen eisen voldoet. Uiteraard moet ook de beschikkingsmacht worden geregeld op het moment, dat de vereiste middelen in de juiste conditie worden samengebracht om te worden ingezet. Voortdurend moet duidelijk zijn wie onder welke condities de (operationele) beschikkingsmacht over de middelen heeft of krijgt.
Over welk warehouse hebben we het nu? Gaat het om een nationaal warehouse, waarin alle middelen zijn opgenomen of gaat het om een regionaal warehouse, waarin nast de eigen middelen tijdelijk die van een nationaal warehouse zijn ondergebracht? Natuurlijk zijn hiervoor afspraken en regelingen nodig. Deze zijn gebaseerd op de geografische gebondenheid van een incident, de eventueel grensoverschrijdende effecten, het in geding zijn van nationale belangen, etc. Dit alles leidt tot keuzen en tot samenwerkingspatronen. Voor bijna alle situaties is wel bedacht hoe de lijnen lopen als…., maar als het nu net iets anders is? Hoe dan verder? Wie kan of moet nu worden aangesproken? Hoe regelen we het dan zonder onnodig tijdverlies.
Om makkelijker met warehousemanagement om te leren gaan is het goed dat alle toeleveranciers eerst hun eigen virtuele warehouse inrichten. Daarin worden de middelen van de eigen diensten en instellingen in de vorm van eindproducten opgenomen. Bovendien worden de condities voor beschikbaarheid en inzetbaarheid van de producten vastgesteld. Hoeveel politie kan binnen welke tijd en in welke organisatievorm beschikbaar zijn? In welke reactietijd zijn Informatieanalyses beschikbaar en in welke vorm? Hoeveel dijkbewakingcapaciteit?, Afzettingsmateriaal? Voorlichtingscapaciteit? Etc. Daarenboven zijn er ook producten, die niet tot het eigen verantwoordingsgebied behoren, maar daar onder bepaalde condities wel aan kunnen worden toegevoegd.
Het eigen virtuele warehouse, waarin een heel goed overzicht bestaat over de kwaliteit van de middelen, kan indien nodig en voor dat deel dat nodig wordt geacht, worden opgenomen in het naasthogere of belendende virtuele warehouse. Ook hierdoor zal de coördinatie bij inzet sterk kunnen worden vereenvoudigd.
Met het consequent kiezen van warehouse management hoeft het huis van Thorbecke, zeker op de korte termijn, beslist niet te worden aangetast. De warehouse-benadering respecteert de autonomie van de betrokken overheden/instanties, maar bouwt verder op die situaties, waarbij een spanning ontstaat tussen de bestuurlijke verantwoordelijkheden en de noodzaak van een meer centrale regie over procedures en middelentoewijzing.
Zo zal de autoriteit c.q. het werkveld van wie de middelen zijn deze ook gereedstellen. Dit geldt ook voor procedures en daarbij behorende informatiesystemen. Toch kan het voorkomen, dat bij een meer centrale regie bevoegdheden op een hoger niveau komen te liggen. Op deelaspecten verschuiven dan de rollen. Uiteraard moet dan volstrekte duidelijkheid zijn over de mate van autonomie van de spelers.
De erkenning van de eigen onmacht op deelaspecten of het bewustzijn dat niet goed genoeg kan worden gereageerd zullen autoriteiten er toe moeten brengen, dat ze ‘con amore’ moeten instemmen met deze tijdelijke aanpassing, omdat het nodig is in het belang van de veiligheid van de burger. Wel moet voorkomen worden, dat men zich – zelfs niet speculatief – alsnog op het terrein begeeft van elkaars of hogere verantwoordelijkheden.
We leren hieruit, dat het heel goed is om te weten wat er in de diverse warehouses ligt. De combinaties zijn onvoorspelbaar, maar moeten wel in doorgaans korte tijd bij elkaar kunnen worden gebracht. Voorbeelden: Een inzet op Schiphol bij een vliegtuigkaping met verantwoordelijkheden van het ministerie van Justitie, Verkeer en Waterstaat, BZK, Defensie, etc. Een uitbraak van infectieziekten (bijvoorbeeld: vogelgriep) waarbij LNV, VWS, BZK en wellicht defensie zijn betrokken.
Enerzijds moet het virtuele warehouse management het mogelijk maken snel en effectief over de grenzen van afzonderlijke warehouse managers de combinaties te kunnen maken en anderzijds ook te zorgen voor een effectieve inzetbeslissing. Zo kunnen de rollen van de minister van BZK en Defensie verschuiven van ‘inzetter’ naar ‘gereedsteller’. Dit kan evenwel geen situatie van zelfontdekking zijn, maar moet een consequentie zijn van een over deze processen (tijdelijk) geplaatste centrale regie.
Het warehouse management op nationaal niveau moet ergens worden belegd, evenals de inzetbeslissing. Hiertoe kunnen ook opschalingbeslissingen worden gerekend. In het geval van een terroristische aanslag of een grote ramp kan het zelfs de voorkeur verdienen om iets bovenmatig op te schalen, omdat afschalen zoveel eenvoudiger is dan net te laat en gradueel opschalen, waardoor bestuurders zich altijd in een nadelige positie plaatsen, omdat dan het risico bestaat, dat achter de feiten wordt aangehold.
‘Warehouse thinking’ geldt zowel voor middelen als procedures (en daarmee verbonden informatiesystemen). Het is dus mogelijk dat de middelen nog steeds onder de traditionele beschikkingsmacht vallen, terwijl er al een aantal procedures zijn overgegaan naar het orgaan, dat verantwoordelijk is voor de afstemming van procedures. Uiteraard kan dit weer leiden tot rolwisselingen met de noodzakelijke eis van rolvastheid in die rol. Zo kan de minister van BZK de rol van uitvoerder hebben en deze zien overgaan naar de rol van adviseur, maar dit kan eenvoudig ook plaatsvinden op het niveau van de regionaal geneeskundig functionaris bij een onbekende uitbraak van een infectieziekte in een gemeente.
Het nationale alerteringssysteem kan bij warehousemanagement een belangrijke rol spelen. De gradaties hiervan kunnen immers ook bepalend zijn voor de kwaliteiten in de warehouses, waardoor een slagvaardiger reactie mogelijk is.
Bij de reguliere rampenbestrijding zal een dergelijk systeem ook moeten functioneren. Hierbij kan het LOCC bijvoorbeeld een groot deel van de functie van operationeel warehouse-manager van BZK afdekken, maar vervolgens is van direct belang wie de doorzettingsmacht en de beschikkingsmacht heeft om enerzijds de juiste compositie middelen bijeen te brengen en anderzijds geen enkel misverstand te laten bestaan wie de inzetbeslissing heeft. Dit kan in bepaalde gevallen ook de LOS zijn.
Een dergelijk systeem kan niet bestaan zonder een deugdelijke informatievoorziening. Hiertoe moet het mogelijk zijn veel bestaande informatiesystemen te koppelen. Deze koppelingen zijn onderhevig aan de over deze systemen te voeren regie, die anders kan zijn dan de traditionele koppelingen binnen een werkveld.
Zonder het huis van Thorbecke aan te tasten kan met warehousemanagement worden bereikt, dat beter dan in het verleden, vooral op regionaal niveau inzicht is in wat nodig is. Maar ook inzicht in wat ontbreekt, wat niet goed in eigen beheer kan en hoe moet worden gereageerd als de beschikkingsmacht en doorzettingsmacht over bepaalde middelen op ander niveaus worden ondergebracht. Aanvullende instrumenten blijven nodig om rolwisselingen als gevolg van en zich ontwikkelende situatie te kunnen identificeren en daar naar te handelen.
-
Innovatiecongres Veiligheid
Geplaatst op June 25th, 2009 1 reactieIn van Nelle’s Ontwerpfabriek i
n Rotterdam vond op 24 juni het Innovatiecongres Veiligheid: De blik op de toekomst van een veilig Nederland plaats. Na het onderstrepen van het belang van innovatie door minister Guusje ter Horst (BZK) waren er diverse workshops en kon een bezoek worden gebracht aan een innovatieplein, waar diverse interessante innovatieve ontwikkelingen werden getoond. Het betrof zowel bijdragen van het bedrijfsleven als binnen de overheid in gang gezette ontwikkelingen. Leuk om gedurende de dag zoveel netwerk bekenden te ontmoeten en te spreken.
Mijn interesse lag vooral op het gebied van netcentrisch werken. De workshop Roadmap Subarena Geïntegreerde Systemen had mijn aandacht getrokken. Een beetje teleurstellend om te zien dat het 10-jaren programma langs 4 technische thema’s was ingericht, met nauwelijks aandacht voor de vraagsturing. Waar heeft de gebruiker behoefte aan? Waarom geen vragen als: “Stel voor dat de techniek kan voorzien in…, wat zou dat dan betekenen voor jouw taakuitvoering, je processen en je organisatie? Ook de systematisch ordening van de informatievelden naar individuele gebruikers, naar operationele of beleidsteams ontbrak. Evenmin was duidelijk hoe met een soort ’stofzuiger’-actie diverse in het land ontwikkelde kleine innovaties hun plek in het programma zullen kunnen krijgen. Ik heb in ieder geval nog wel mijn warehouse concept aangereikt, waarbij iedere gebruiker in kaart brengt vanuit welke informatievelden hij of zij informatie nodig heeft of kan hebben en net doet of deze velden van hem of haar zijn. In ieder geval moet onder aan te geven condities van tijd, inhoud, periodiciteit en omvang kunnen worden aangegeven hoe de behoefte aan informatie ligt. De ‘gebruiker’ moet zich geen enkele zorg maken over het eigendom of de voortbrenging van de informatie. Alleen dienen met de (virtuele) warehouse manager afspraken te worden gemaakt over de beschikbaarheid en kwaliteit. Met een dergelijk tool kan systematisch over de eigen grenzen worden gekeken en kan een prima basis worden gelegd voor effectief netcentrisch werken.
Als deelnemers krijgen we nog een verslag. De huidige aanpak heeft wel heel veel weg van een platform om de subsidiestroom te kanaliseren.
‘
s Middags in een workshop verkend in hoeverre er behoefte is aan een burger alerteringssysteem. Het heeft best aantrekkelijke kanten, maar moet wel nadrukkelijk in een netcentrische aanpak worden geplaatst anders komt er weer een systeempje bij (en oh die arme meldkamer operator!). Eens te meer blijkt er een toekomst voor professionele informatiemanagers. Eigenlijk zou de meldkamerfunctie allang een aparte discipline moeten zijn om nog maar niet te spreken over het aantal (onnodige) meldkamers.
Aan het eind van de dag werden nog innovatieprijzen uitgereikt. Het deed me plezier om te zien hoe met een snelle en effectieve koppeling van datasystemen de politie Groningen de prijs won. Alles bij elkaar wel een dag voor inspiratie. -
Symposium Pinpoint
Geplaatst op June 8th, 2009 Geen reactieNet als voorgaande jaren organiseerde het bureau Pinpoint op 28 mei 2009 een symposium over de Lessons learned van het voorgaande jaar op het gebied van crises. Hierbij kwamen diverse interessante aspecten aan de orde. Zo gaf Prof Dr. Rob de Wijk, Directeur Haags Centrum voor Strategische Studies inzicht in mogelijke wijzigingen op het gebied van de nationale veiligheid als gevolg van de kredietcrises. De risicomatrix geeft aan dat sociale instabiliteit dreigt door de negatieve groei. Ook vormen de in snel tempo schaarser wordende grondstoffen een zorgwekkend veiligheidsprobleem. In toenemende mate moet rekening worden gehouden met steeds complexere systeemcrises.
Nationaal werd door Paul Peters, Hoofd Klantencentrum van de HTM aandacht besteed aan de veiligheid in het openbaar vervoer. Een veilig Openbaar Vervoer is van groot belang voor een leefbare samenleving. Hiervoor is een goede en integrale aanpak nodig. Wel moet naar de best mogelijke combinatie worden gezocht van middelen, systemen, informatieverstrekking en de inzet van mensen moet samengaan.
Uiterst interessant was het inzicht van de voorzitter van Forum Sadik Harchaoui in ‘do’s’ en ‘dont’s’ in bestuurlijke, media- en maatschappelijke reacties naar aanleiding van de vertoning van Fitna I en wat daar uit geleerd kan worden bij een mogelijk verschijnen van Fitna II.
Een volgend onderwerp betrof de lessen die geleerd kunnen worden uit de terroristische aanslag in Mumbai (26 november 2008). Glenn Schoen van Ernest & Young verzorgde deze inleiding. Oplettendheid blijft geboden en vanuit diverse invalshoeken moeten de lessen hiervan ook in de Westerse wereld serieus worden genomen.
Tot slot werd door Prof. Ir. Kees van Weenen een fantastische demonstratie gegeven van ‘elk nadeel heeft zijn voordeel’. De brand in het gebouw van de Faculteit Bouwkunde van de TU in Delft heeft uiteindelijk geleid tot meer studenten bouwkunde en een verbeterde internationale samenwerking. Dit alles op basis van het zoeken van synergie in beschikbare capaciteiten en samenwerkingsvormen.
Halverwege het programma presenteerde ik als oud-programmamanager van de TMO de geleerde lessen van de Taskforce Management Overstromingen, vooral tijdens de oefening Waterproef in november 2009. Bij overstromingen, altijd een nationale ramp, is de omslag van reactie naar proactie kenmerkend. Als generiek effect geldt dit onverkort voor overeenkomstige nationale rampen als de grieppandemie, de kernramp, een grootschalige ICT-uitval of een milieuramp. Niet alleen de veiligheidsregio’s moeten de effecten vooraf zorgvuldig doordenken en verwerken in plannen en oefeningen, maar vooral het nationale niveau moet zich hier ook zorgvuldig op voorbereiden. Niet alleen in plannen, maar vooral in zorgvuldig uitgewerkte randvoorwaarden, condities en richtlijnen, waarbij voor alle ministeries een rol is weggelegd. Een Landelijke operationele Staf is noodzakelijk evenals aanvullende maatregelen om de centrale regie en besturing te versterken. Gelukkig sluit het Kabinetsstandpunt, dat een dag na dit congres werd bekend gesteld, hier goed op aan.
Mijn presentatie van de Lessons Learned van de TMO is onderstaand opgenomen.
-
Eindrapportage TMO
Geplaatst op April 4th, 2009 Geen reactie
De afgelopen twee jaar heeft de TMO in nauwe samenwerking met bestuurders en professionals (nationaal, regionaal en lokaal) gewerkt aan betere voorbereidingen op een dreigende watersnoodramp. Ook werd de informatievoorziening over waterrampen en de gevolgen daarvan verbeterd. Om de verbeterde voorbereiding te oefenen vond in november 2008 de nationale oefenweek Waterproef plaats. De resultaten van de oefening, het werk van de afgelopen twee jaar en de aanbevelingen zijn neergelegd in een eindrapport en drie deelrapporten. Op 4 februari jl. werd de eindrapportage tijdens het slotsymposium van de TMO aangeboden aan Minister Ter Horst van BZK, door de voorzitter van de TMO, Jan Franssen.Ruurd Reitsma (aan tafel achter Jan Franssen) was sinds november 2006 de programmamanager van de Taskforce Management Overstromingen (TMO), die van het Kabinet de opdracht kreeg om de organisatorische voorbereiding op overstromingen in Nederland eind 2008 op peil te krijgen. De TMO spitste haar opdracht toe op een achttal thema’s. Het (doen) opstellen van realistische overstromingsscenario’s, de planvorming bij overstromingen op regionaal en landelijk niveau, het (doen) ontwikkelen van strategieën voor risico- en crisiscommunicatie en nazorg bij overstromingen, de samenwerking met waterbeheerders in de veiligheidsregio, het formeren van landelijke expertiseteams en het organiseren en het in november 2008 houden van een landelijke oefening, de oefening Waterproef.evaluatierapport-waterproef-nationaal-samenvatting








Reacties